Nederlands   Nederlands
English   Engels
> Home
> Nieuws
> Systeem
> Stamopbouw
> Topduiven
> Resultaten
> Referenties
> Contact
Systeem

De 41-jarige vertegenwoordiger van Versele Laga speelt al jaren sterk, en wie denkt dat dit te danken is aan allemaal pillen en poedertjes waar hij beroepshalve makkelijk aan kan komen heeft het mis. "Mijn duiven krijgen enkel goed voer, een gevarieerd mineralenmengsel en vers grit. De rest is onzin. In thee, elektrolyten, aminozuren, biergist enzovoorts geloof ik niet. Ik heb alles geprobeerd en vastgesteld dat duiven het kunnen missen. In het ene hok gaf ik alles, en in het andere hok niets. Een verschil in prestaties was er niet.''

Geen kuurtjes

Ook het medische plaatje is uiterst eenvoudig. "Mijn duiven worden gent tegen paramyxo en krijgen 's winters een kuur tegen paratyfus. Preventief doe ik verder niets. Ik weet dat mensen dit maar moeilijk kunnen geloven, maar waarom zou ik erover liegen? Ik werk voor een firma die bijproducten en medicijnen voor duiven verkoopt, ik zou er eerder belang bij hebben te zeggen dat ik wl iets geef. Maar geloof me, als je duiven hebt die van nature gezond zijn dan kan het zonder. In januari 2002 heb ik voor het laatst een geelkuur gegeven. Sindsdien hebben ze niets meer tegen het Geel gehad, en ik kan niet zeggen dat het sinds die tijd slechter is gegaan. In het jaar dat ik ben gestopt met al die blinde kuurtjes werd ik Nederlands kampioen met de jonge duiven en een jaar later Beste Liefhebber van Wie Heeft Ze Beter. Wel moet ik zeggen dat ik dit jaar te kampen kreeg met coli tijdens het jonge-duivenseizoen. Toen moest ik wel kuren, anders kon ik het kampioenschap wel vergeten, maar als ze voor het seizoen ziek waren geworden had ik ze gewoon uit laten zieken.''

Belangrijke factor

Het voersysteem vind Nico-Jan een belangrijke factor in zijn succes. Ik speel mijn duiven iedere week. Tussen twee dagfondvluchten in speel ik ze op de midfond, en om dat vol te kunnen houden moeten ze voeding hebben die daarop is afgestemd. Bij thuiskomst krijgen ze vijftig procent Weduwschap plus en vijftig procent Gerry Plus van Versele Laga. Ik denk dat je niet te licht moet voeren, zodat de tekorten zo snel mogelijk weer aangevuld kunnen worden. Door de Gerry Plus, waarin weinig erwten en bonen zitten en daardoor eiwitarm is, blijft de kost licht verteerbaar zodat de stofwisseling weer rustig op gang kan komen. Op zondag krijgen mijn duiven zeventig procent Gerry Plus en dertig procent Weduwschap plus. Vervolgens krijgen ze tot de dag voor inmanden vijftig procent Weduwschap plus en vijftig procent Gerry Plus. Op de dag van inmanden voer ik ze s ochtends tachtig procent Weduwschap plus en twintig procent Gerry plus. s Middags krijgen ze nog een beetje snoepzaad zodat ze in ieder geval nog goed gedronken hebben. Ik voer mijn weduwnaars in potjes. Twee eetlepels per duif en per voerbeurt. Dat lijkt veel, er blijft ook altijd wat over, maar dat is voor de jonge duiven. Het voordeel van deze manier van voeren is dat de weduwnaars nooit honger hebben en daardoor ook beter trainen."