Duivenlog.nl Duivenlog.nl Duivenlog.nl Duivenlog.nl
De weg van het minste welzijn.......
 

Dit stuk schreeft ik ooit voor het NP-Orgaan....10 jaar geleden!

Een paar artikelen over communicatie, een paar over welzijn in het NP-Orgaan. Zaken die ieder voor zich genoeg materiaal leveren om er uitgebreid op in te gaan. De relatie tussen beide is echter het medicijn om de duivensport voor een spoedige teloorgang te behouden. Wij mogen nog met duiven spelen, maar voor hoe lang nog vragen sommigen zich af. Het zal zo’n vaart wel niet lopen zegt de één, het duurt geen tien jaar meer beweert een ander. Allebei kun je gelijk geven, maar alleen vanuit de optiek dat we doorgaan op deze weg. Maar we zijn net een rechthoekig blauw bord gepasseerd, met een grote witte balk en een kleinere rode balk erop: doodlopende weg. We kunnen natuurlijk blijven hopen dat er ooit nog eens een wit bordje met zwarte letters onder komt, waar op staat: Uitgezonderd duivenmelkers. Als we ons echter op de weg begeven die "Weg van het minste welzijn" heet, dan zijn we aan het eind van die weg ons recht op duivensport kwijt. Dan wordt er geen uitzondering gemaakt voor de duivensport. Want we moeten dieren niet beroven van hun welzijn, en we mogen dat ook niet meer. Hondenkarren zijn uit den boze, stierenvechten, hanengevechten, ‘Swientie tik’, enz. Het mag niet meer in Nederland omdat de dieren leed bezorgd werd. Dierenleed is ook de motivatie van actiegroepen om de nertsenfokkerij, de legbatterijen en kistkalveren te laten verbieden. Varkenshouderij, pluimveehouderij en melkveehouderij mag gezien het economisch belang wel blijven bestaan, maar er moet danig rekening met het welzijn van de dieren gehouden worden. De kosten daarvoor liggen zo hoog dat produceren voor de wereldmarkt, zoals in de toekomst verlangd wordt, welhaast onmogelijk is waardoor deze vormen van dierhouderij door een andere oorzaak zal inkrimpen.

Nog niet zo heel lang geleden hield de Wageningse hoogleraar Communicatie, Cees van Woerkom een pleidooi voor een andere manier van communicatie, een verslag daarvan vond ik in de Veeteelt van april. Het onderwerp: Hoe kan een organisatie de wrijvingen, discussies en misverstanden die er leven in de maatschappij uit de wereld helpen? Wij liggen als postduivenhouders ook wel eens onder vuur van de publieke opinie. Wat voor lessen kunnen we van de communicatiedeskundige leren?

Les 1:

Relaties leggen met belangrijke maatschappelijke organisaties

Het vormen van netwerken zoals grote bedrijven dat doen is de belangrijkste schakel. De ouderwetse PR-techniek werkt al lang niet meer. Overleggen met Greenpeace, zoals Shell dat doet, zonder defensieve krampachtigheid. Dat bezorgt de organisatie veel meer begrip. De recente actie van Greenpeace om te proberen de aandeelhoudersvergadering te saboteren toont aan dat Shell toestaat aan de actiegroep om mee te praten, maar dan natuurlijk wel volgens de regels. De blamage was nu voor Greenpeace die meenden de vergadering te kunnen saboteren, ze bleken niet goed ingelicht en voorbereid. Toch zochten ze het op dezelfde weg als Shell, met goedwillendheid. Maar er zijn nog andere stromingen:

  • De ontkenners:

Alle kritiek wordt van tafel geveegd, omdat het uit de mond komt van mensen die er toch geen verstand van hebben. Maar die houding komt natuurlijk bij beide partijen voor, meestal geworteld in eigen belang.

  • De pragmatische onderhandelaars:

Deze groep mensen vindt de kritiek eveneens onzin, maar helemaal ontkennen is toch niet mogelijk. Omdat je er dus niet omheen kunt, maken ze van de nood een deugd en proberen door slim te onderhandelen en een goede PR compromissen te sluiten. Deze tactiek is in zoverre effectief dat ze in ieder geval vertragend werkt.

Wij duivenmelkers moeten een balans zien te vinden tussen de mening dat sport met postduiven aan banden gelegd moet worden, die bij de actievoerders leeft, en aan de andere kant het behoud van zoveel mogelijk facetten van de huidige sportbeleving, ontdaan van uitwassen. Van de overheid hoeven we in deze niet zoveel te verwachten, die laten het beleid juist afhangen van de compromissen tussen de verschillende belangengroeperingen. Waar het in feite om draait is natuurlijk dat we onze sport veel meer moeten aanpassen aan de huidige inzichten over dieren. De angst van veel mensen, dat we straks niets meer mogen is natuurlijk ongegrond, de overheid stemt zeker niet in met tendentieuze voorstellen. Niet van de dierenbeschermers, maar ook niet van de duivenmelkers. Doorgaan op de huidige weg is dus GEEN OPTIE.

Les 2:

Door wetenschappelijk onderzoek zelf de kennis in huis halen

Wanneer je als organisatie constant bezig bent met het uitwerken van belangrijke vraagstukken, blijf je de publieke opinie voor. Het welzijn van onze duiven moet ons heiliger zijn dan de kampioenschappen, de commercie, de medicijnen, de vrijheid in eigen hok.

Zaken die het welzijn van onze duiven schaden horen dan ook ons aller aandacht te krijgen. We moeten geld willen en kunnen steken in gedegen onderzoek, dat antwoorden kan leveren op moeilijke welzijnsvraagstukken. Hierbij moeten we ook aandacht durven schenken aan ideeën en wensen van anderen. En als er nieuwe inzichten ontstaan, dan moeten we die niet met zijn allen weghonen, maar in het belang van de sport inzien dat veranderingen soms noodzakelijk zijn. Men mag toch gevoeglijk aannemen dat het alle duivenmelkers in eerste instantie om het belang van hun duiven gaat? Wanneer we alleen het eigen belang laten horen, kunnen we vast op weinig medestanders buiten de sport rekenen, omdat die de duivensport niet kennen en dat belang dus niet zien.

De weg van optimaal welzijn

We moeten dus zoeken naar een afslag van de ‘weg van het minste welzijn’, een weg die ons een hoop benzine kost en ons nergens heen brengt. Misschien moeten we daarvoor een eindje terug rijden en enkele verworvenheden weer inleveren. Als we daarmee de goede weg, die van optimaal welzijn van de duif, in kunnen slaan dan is er meer gewonnen dan verloren. Op die goede weg zijn er allerlei zaken die onze aandacht verdienen.

Het niet weer terugkeren van (vooral jonge ) duiven van de vlucht is een belangrijke hindernis, die we weloverwogen moeten slechten. Het Wageningse rapport, dat ik laatst nog eens aanhaalde heeft een duidelijke voorzet gegeven in de vorm van aanbevelingen.

Door het toepassen van een epidemiologische analyse moeten de factoren die invloed uitoefenen op het vluchtverloop in kaart gebracht worden.

Het rapport wat in opdracht van o.a. de NPO door J. Gorssen werd gepubliceerd richtte zich alleen op het transport van duiven. De schuingedrukte tekst is een vrije vertaling van de Engelse tekst van het uiteindelijke rapport, in de Nederlandse versie kon ik die niet terugvinden. Het rapport dateert uit 1995, we zijn er echter nog lang niet uit. De massa gegevens over navigatie en oriëntatie van postduiven, de lading praktijknotities en meteorologische gegevens die verzameld kunnen worden in een vliegseizoen, verloopgegevens, alles bijelkaar genomen moeten dienen als basis voor dit uitgebreide epidemiologische onderzoek.

Een uitgebreide multivariantie analyse van een grote hoeveelheid data om de factoren die vluchtverliezen vergroten of verkleinen te kwantificeren is hard nodig. Alleen zo kunnen factoren van voor, tijdens en na het transport die in belangrijke mate bijdragen aan het welslagen van een wedvlucht worden vastgesteld. Op basis van deze risico-analyse kunnen controleerbare factoren (bijvoorbeeld de ventilatiecapaciteit van een duivencontainer) worden aangepast om hun effect op vluchtverliezen te verkleinen. De risico-inventarisatie van oncontroleerbare maar voorspelbare factoren (bijvoorbeeld de weersverwachting) kan worden meegenomen in controlelijsten of lossingsbeleid. Computermodellen kunnen aan de hand van de verkregen waarden voorspellen of een weersverwachting de kans op verliezen vergroot of verkleind. Wanneer normen worden vastgesteld, van welke verliezen er aanvaardbaar geacht mogen worden en welke niet, dan kan beter worden besloten of een vlucht wel of geen doorgang kan vinden of misschien zelfs afgelast moet worden.

Wanneer we daarmee aan de slag gaan, wanneer er beredeneerd tewerk wordt gegaan en beslissingen kunnen worden ondersteunt door harde feiten in plaats van kretologie, dan verstevigd dat de positie van de duivensport enorm en zal ze ook meer aanzien genieten bij de partijen die het welzijn van de duif nauwlettend in de gaten houden! Delen van dit zo noodzakelijke onderzoek lopen al, de enquête naar vluchtverliezen met jonge duiven en de vluchtrecorder van Steven van Breemen en eerder ook Toon Coolen, zijn goede initiatieven geweest op dit gebied. Maar eigenlijk moet dit landelijk geregeld kunnen worden, binnen een gecoördineerd onderzoek, zodat betrouwbare gegevens voorhanden komen. Dit is een taak van de Afdelingen, aangezien zij autonoom zijn. De NPO kan hier hooguit sturend en adviserend in werken, wat een grote belemmering vormt om zo’n onderzoek nationaal te kunnen realiseren.

Of?

Misschien heeft u de promotievideo van de NPO ook al gezien. Daarin wordt een geblinddoekte vrouw met de auto naar onbekende bestemming vervoerd en moet ze maar zien hoe ze thuiskomt. Duiven kennen dat probleem niet, die vinden hun weg naar huis (bijna) altijd weer. Stelt u zich eens voor dat u die geblinddoekte persoon bent, de doek wordt verwijderd en u bevindt zich temidden van de pers na een rampvlucht. Jarenlang bent u actief duivenliefhebber geweest, maar u weet niets te vertellen wat lijkt op een bevredigend antwoord. Het blijkt dat u niet weet waar u over praat, dat u niet heeft nagedacht over het hoe en waarom. " Dat kan nu eenmaal gebeuren in de duivensport ". Heeft u dan al die jaren met een blinddoek op gelopen, blind voor de feiten, niet wetend dat ook uw handeling de duivensport kon schaden. Denkt u dat u de handen kunt wassen in onschuld en kunt zeggen: Ik heb het niet geweten...............

Nee, want ook u bent verantwoordelijk!

 
Gepost door: Wiebren van Stralen op donderdag 10 mei 2012
Zonder nadrukkelijke voorafgaande schriftelijke toestemming van Duivenlog.nl is het niet toegestaan materiaal van Duivenlog.nl te publiceren, kopiëren of reproduceren voor gebruik op uw website of die van iemand anders.

 
Duifmeneer is een held
 

De Haagse duivenmelker Loyd Schuilenburg is in een paar dagen tijd een wereldwijd fenomeen geworden. HOE dat komt is geschiedenis, HOElang het zo blijft de grote vraag. Feit is wel dat het filmpje wat TV West opnam om de 'tilduivensport' van Loyd te tonen een enorme hit werd, zeker toen daarna mensen alles wat klinkt als 'hoe hoe' in nummers en clips te vervangen door Loyd met z'n typische koerbeweging. Het begon met deze TV-WEST reportage: 

Talloze parodiëen zijn er inmiddels op internet, Dumpert.nl heeft er heel wat verzameld
De Zwarte Vogel heeft weer een mooi stuk publiciteit! Gefeliciteerd mannen!

 
Gepost door: Wiebren van Stralen op maandag 16 januari 2012
Zonder nadrukkelijke voorafgaande schriftelijke toestemming van Duivenlog.nl is het niet toegestaan materiaal van Duivenlog.nl te publiceren, kopiëren of reproduceren voor gebruik op uw website of die van iemand anders.

 
De donkere dagen - Willem Mulder
 

De donkere dagen…

De tijd van hokken verbouwen is grotendeels weer achter de rug. Ook op eigen hok was er flink wat werk aan de winkel. Door de verkoop van de slagerij werd het weduwnaarshok verplaatst en een nieuw jonge duivenhok aangebouwd. In de zomer bleef het maar regenen en dan is er voor precisie van de verluchting te weinig aandacht. Het regent maar door, dus hup…de pannen er snel op. De resultaten waren met de oude duiven dan nog wel redelijk maar de jongen lieten het afweten door ornithose.
Er werd een plan gemaakt hoe we het zouden aanpakken. Voor de jonge duiven creëerden we het open doos systeem. De ramen van hermelijngaas Binnen werden inzetramen gemaakt met windbreekgaas. Die komen er steeds ´s avonds in. Ook het oude hok werd aangepakt. Weer dupanel tegen de pannen en een sleuf opening van 1½ cm onder het raam. Daarvoor aan de binnenkant een plank op een afstand van 1 cm. De nok werd weer verbreed en Tonny is er weer super tevreden over. 
Het is nu weer lekker fris in de hokken en we zijn tevreden over het resultaat. Nu maar afwachten hoe het vliegseizoen zal verlopen. Ja, vliegseizoen… Heel voorzichtig zijn de meeste liefhebbers daar al weer mee bezig. Eerst kweken en dan gaat het alweer gebeuren. Kweken? Ja velen hebben al gekoppeld omdat het weer zo zacht was de laatste tijd. 
Wat zetten we bij elkaar? Daar kan je slapeloze nachten van krijgen. Goed op goed? Mooi op mooi? Dat is helemaal geen garantie. Geelogen zetten we op lichte ogen, een langere duif op een goede korte, een zachtere duif op eentje met wat te harde pennen etc. Aan de bouw mag niets mankeren en de bevedering moet super zacht zijn. Mooi op mooi levert vaak te zoete duiven op. Wel mooi, maar niet vliegen. Tentoonstellingsduiven worden het dan. Lijnenteelt? De tijd nemen om een goede lijn op te zetten? Of snel scoren en geld maken? Internet verkoop? Dat zijn zaken waar onze Willem zich niet mee bezig houd. We zijn alleen maar duivenliefhebbers. In de combinatie zijn de taken goed verdeeld. Willem houdt zich met het hok en met de voeding bezig.

Wat moet je aanhouden? Bertus Camphuis vertelde me eens dat hij een duif had die tegen de achterwand van het hok vloog. De duif vloog door het kleine invliegraam van 50 cm x 30, maar had nog zoveel gang dat hij niet op tijd kon afremmen. En als je er even niet op verdacht was, en je hoorde BOEM… dan was de “42” uit het Kromkoppel weer onverwacht vroeg. Dat zijn duiven die naar huis willen en die wil ik aanhouden zei Bertus.  Op karakter kweken noemde hij dat.  Duiven die maar blijven draaien, nam hij snel afscheid van altijd.

Kweekvoer
De Kerstkampioen, ons enige Nederlandse duivenblad, ligt nog op de tafel. Deze keer veel aandacht voor de nationale Kampioenen en die verdienen dat ook. Mooi initiatief. Ook veel advertenties van de voerfabrikanten vallen op. De suggestie wordt gewekt, dat aan voer veel geld wordt verdiend. Ik weet wel beter. Eens kijken… super prijzen en ook nog eens Premium claims erop. Kijk ik naar de samenstellingen dan wordt ik er droevig van. In gedachten zie ik die duiven dit eten. Zij kunnen zelf niet kiezen maar moeten eten wat de pot schaft. Ik zie ze voor me.

Maar al het voer is toch wel goed tegenwoordig? Ik hoor het vaak op lezingen. Qua grondstoffen wel ja. Maar het is maar net hoe het is samengesteld. Achter de computer of in dienst van de behoefte van de duiven? Dat wordt weer bakken vol mais verzamelen uit alle hoeken en gaten. Ook de combinatie peulvruchten (eiwit) tot vetzuren is belangrijk. De peulvruchten blijven liggen… weer spuitende jongen…. Laten we ons dit nieuwe jaar alweer vangen door verkeerde keuzes? Gaan we alweer voor de korting of voor een betere kweek? 

Van meerdere liefhebbers krijg ik de mededeling dat men van het ene voer 2 zakken moet voeren en van een andere hoogwaardige mengeling maar 1 zak. Hoe is dat mogelijk? Ja dat is wel een heel groot verschil natuurlijk en het zullen wel uitzonderingen zijn. Of niet?  Het kan te maken hebben met de energetische waarde en de biologische waarde van het een en ander.
We gaan eens een dergelijk voer maken en noemen het mengeling A: 30% mais, 20% tarwe, 15% milo en dari, 33% groene en gele erwten, 1% kardi en 1% zonnepitten.   Op het oog zal het duidelijk op kweekvoer lijken. Maar wat is het oog van de mens als het om de vertering en opname van de duiven gaat? We gaan de mengeling eens analyseren: 3% vet, 14,5% ruw eiwit, 6,3% opneembaar eiwit, 2979 Kcal. per kilogram voer.

Kropmelk
Na ongeveer 12 dagen broeden beginnen de hormonen van de duiven op te spelen en wordt er bij zowel de duivin als de doffer kropmelk geproduceerd. Die hormonen wekken het broedinstinct op. De bloedvaten worden zodoende gestimuleerd om zo warmte te ontwikkelen. Hetzelfde hormoon
(prolactine) onderdrukt de paringsdrift tijdens het broeden en remt ook de eiproductie bij de dames af tijdens de broedperiode. De kropmelk heeft een extreem hoge voedingswaarde. Juist om die reden groeien de jongen zo snel.
Naast stoffen die immuniteit overdragen van ouders naar het jong, beschikt de kropmelk over een zeer hoge dosering aan eiwitten en vetten. Alles wat deze binnenkrijgen zijn lichaamseigen stoffen.  Volgens onderzoek (Corella Appuhn) zou de kropmelk geen koolhydraten bevatten. Als de ouderdieren een normale voermengeling krijgen, bevat de kropmelk dan 64.3% water, 18,8% Eiwit, 12,7% vet en 1,6% mineralen. Kijken we alleen naar de droge stof van de kropmelk dan komen we op de ongelofelijke gehaltes van: 52,4% eiwit en 35,6% vet.
Als we van de kropmelk overgaan op vast voedsel zoals ons kweekvoer, dan is de overgang groot. Heel erg groot! Ons kweekvoer heeft een laag vochtgehalte (rond de 12%). Dit wordt dan wel geweekt, maar met een hooguit 17% ruw eiwitgehalte…En dan ook nog grotendeels uit veel peulvruchten….Het eiwitgehalte in peulvruchten is ongeveer 21% tot 24%. Het benutbaar eiwit uit de zojuist gemaakte mengeling was 6,3%. En 70% eiwit uit de peulvruchten kan de duif niet eens opnemen. Allemaal ballast. U ziet de duidelijke verschillen met kropvoer. Overgaan op een dergelijk kweekvoer is dus niet zo eenvoudig te verteren.

Duivenkorrels of kippenkorrels
We kunnen natuurlijk een korrel aan het voer toevoegen of een voer kopen waar die korrel al in zit. In de korrel kan een goed opneembaar eiwit zitten. Des te hoogwaardiger en beter opneembaar het eiwit uit de korrel, des te beter doen de jongen het erop. We zien het direct: de jongen gaan groeien als kool. Aan te bevelen dus? Het is zeker een mogelijkheid om snel jongen groot te krijgen. Nadeel: als je er mee stopt, vallen de jongen vaak terug. De stofwisseling van dergelijke korrels gaat zo snel, dat het veel eerder verteerd is dan gewoon duivenvoer. De darm hoeft niets te doen voor de opname en wordt zodoende een beetje lui. Dat vermindert de darmperistaltiek (darmwerking). Te veel korrel gaat daardoor onbenut door de darm en kan vocht aantrekken in de dikke darm. waardoor dunne mest kan ontstaan. Daarom beveel ik liever een voer aan met een optimaal aminozuren patroon wat bestaat uit granen en zaden. Het kan dus wel goed gaan, maar het is niet mijn eerste keus. 

Verschil in kweekvoer
Sinds enige tijd heb ik mengelingen ontwikkeld met veel minder peulvruchten en een veel hoger benutbaar eiwit. Dergelijke kweekmengelingen bevatten duidelijk meer vetrijke zaden. Het is bekend dat alle vetrijke zaden ook veel goed opneembaar eiwit bevatten. Hierdoor krijg je veel minder mest en wordt het eiwit veel beter benut. Het hoger opneembare of benutbare eiwit en het veel hogere vetpercentage komen veel dichten bij de kropmelk. Zo worden spuitende jongen voorkomen. Laten we het mengeling B noemen. Verder bevat deze B mengeling minder dan de helft aan mais en peulvruchten. Een nadeel is wel, dat mengeling B. het hoogwaardige kweekvoer,  minder geschikt is voor de volle bakmethode. Het beste zou zijn 2 tot 3 of 4 keer per dag voeren. Ze doen er ook langer over omdat er veel kleine zaden in zitten. Dat is niet erg, maar gewoon wel even wennen. Vooral voor de duivenmelker zelf.  Als er nog voer in de bak zit, krijgen de duiven niets. Eerst alles opeten. Bij de volle bak methode zal er altijd wat in de bak blijven liggen. Maar de jongen groeien ondanks dat wel als kool. Na een dag of 6 moet u de duiven ringen. Zowel de jongen als ook de oude duiven worden op deze manier veel minder belast met afvalstoffen. En dat is hun direct aan te zien. Of we hiervan de helft minder hoeven voeren voor hetzelfde resultaat? Ik weet het niet. Het ligt eraan tegen welke mengeling je dat afzet. Maar duidelijk is wel, dat je veel minder voert met een beter resultaat

Getoaste sojabonen
Sojabonen bevatten rond de 36% eiwit en het bevat veel methionine. Laat dat nu het aminozuur zijn wat in alle andere zaden en granen te weinig aanwezig is. Soja reguleert de bloedsuikerspiegel en de darmwerking. Het versterkt eveneens het immuunsysteem. Jammer dat duiven er niet zo gek op zijn en dat ze dan gemakkelijk blijven liggen bij een volle bak systeem.  Kweekmengelingen met gehaltes aan sojabonen van 8% en meer zijn niet aan te bevelen,.
Rauwe sojabonen zijn niet eetbaar, want ze bevatten giftige lectinen. Die kunnen het bloed aantasten. Daarom moeten de sojabonen eerst goed toasten (verhitten). Dat mag niet te lang gebeuren, maar ook zeker niet te kort. Het is vaker gebeurd, dat duiven zomaar dood gingen door te veel aan lectinen in het voer.  Soja bevat ook een deel lecithine. Dat verbetert de doorbloeding van de hersenen. Hierdoor ondersteunt het een beter functioneren ervan. 

Vetzuren
Vetzuren moeten in balans zijn. Dit voorkomt darm en luchtwegeninfecties. De juiste balans versterkt zelfs het immuunsysteem, waardoor duiven minder snel ziek worden. Zonnepitten en Kardi hebben een volkomen verkeerde verhouding. Daarom moeten we daar voorzichtig mee zijn. Ze moeten altijd worden gecompenseerd met vetzuren die veel omega 3 bevatten. Dan komen we uit bij hennep, lijnzaad, koolzaad, raapzaad en ook getoaste soja. Kijken we nu naar de eerste goedkope mengeling, dan zien we een omega vetzuurverhouding van 48 : 1 terwijl we moeten proberen dicht bij de 2 : 1 te komen. Hersenen werken als een gecompliceerd netwerk van zenuwcellen die met elkaar kunnen communiceren via een soort boodschappenjongens, de neurotransmitters. Die brengen de boodschappen over. Voor een optimaal functionerend brein moeten de cellen goed werken en moeten de boodschappen goed worden overgebracht. Om dit te bereiken moeten de hersenen voldoende zuurstof én de juiste voedingsstoffen aangevoerd krijgen vanuit het bloed. Volgens onderzoek zou de duif zo ook beter met stressomstandigheden kunnen omgaan.

Verschillen
De genoemde verschillen tussen mengeling A en mengeling B zijn enorm. Onoverbrugbaar eigenlijk en niet met elkaar te vergelijken. Het zou leuk zijn, als veel liefhebbers dit zelf eens gingen uittesten. Gewoon zelf kijken hoe dat werkt en hoe groot de verschillen zijn qua groei, mesthoeveelheid, activiteit van de duiven, hoeveelheid benodigd voer.

Gezondheid garantie voor prestaties
Uiteraard is het zo dat de duiven optimaal moeten zijn voordat ze gekoppeld kunnen worden. 
“Ik koppel altijd na de Kerst, want dan ben ik vrij” is een vaak gehoorde kreet. Ik vraag me echter af of de duiven het er ook aan toe hebben.  De duiven moeten worden gekoppeld als ZIJ het er aan toe hebben en niet wij. Alleen dan kunt u een optimale kweek verwachten. En een top kweek betekent een top duivenseizoen. Niet helemaal top betekent, veel gezondheidsproblemen en ellende.

Een goed kweekseizoen gewenst!

Willem Mulder

 
Gepost door: Wiebren van Stralen op dinsdag 3 januari 2012
Zonder nadrukkelijke voorafgaande schriftelijke toestemming van Duivenlog.nl is het niet toegestaan materiaal van Duivenlog.nl te publiceren, kopiëren of reproduceren voor gebruik op uw website of die van iemand anders.

 
Na de rui - Willem Mulder
 

Na de rui…
De rui is voltooid.  De laatste pen groeit  er mooi in. Een pijnlijk gebeuren voor de duiven die laatste pennen. De duiven vliegen dan niet graag.  En als we ze dan bekijken, zien we soms nog veel oude dons. En daar zijn we dan natuurlijk niet blij mee. Wat is er misgegaan?  Zijn de duiven ziek geweest? Hebben we ze  niet alles gegeven wat ze nodig hadden? De duiven hebben waarschijnlijk toch iets onder de leden  gehad, of er zijn tekorten ontstaan in de verzorging.  Wat nu? Kunnen we nog een truck bedenken?

Knoflook
We zetten een liter water op en wachten tot het kookt. Dan snipperen we er een hele knoflookbol in en laten het geheel afkoelen. De werkzame stof alicine kan nu zijn werk doen. De volgende dag doen we 1 kopje vol van het knoflookwater in de drinkbak en vullen die aan tot er 1 liter in zit. De volgende dag doen we weer een kopje knoflookwater in de drinkbak en vullen die weer aan met gewoon water tot er weer 1 liter in zit. Zo doen we dat de gehele week. Dan gooien we het knoflookwater inclusief de stukjes knoflook weg. Het is dan erg sterk geworden. Week 1 zit erop.

In de volgende week koken we thee. Of we geven een kant en klare thee in het drinkwater. Dit gedurende de gehele week. De week erop volgend maken we week knoflookwater enzovoort. Daarnaast geven we de duiven wekelijks 2 x een goede gist over het voer. Biergist, of nog beter bakkersgist. Die haal je… juist bij de bakker. Die bakt daar zijn brood van. Het is veel waardevoller dan de meeste biergist soorten. Hoeveel? Per duif 1 gram bakkersgist. Stel u hebt 50 duiven die u het wilt geven. Koop dan 100 gram gist, genoeg voor 2 x . Na 1 week  zijn de waardes van de bakkersgist namelijk dusdanig teruggelopen, dat het niet meer bruikbaar is. Elke week verste kopen dus.
Er is ook gevriesdroogde bakkersgist. Daarvan geeft u 1 lepel aan 20 tot 25 duiven. Het beste eerst in een klein bakje door 1 lepel magere yoghurt of magere kwark mengen.  Het papje over het voer geven en 15 tot 20 minuten laten drogen. Dan aan de duiven geven. Is het na 20 minuten nog niet droog, dan heeft u te veel kwark of yoghurt gebruikt.

Gespleten pennen
Als de kwaliteit der veren niet goed is, dat wil zeggen gespleten veren of geen goede dichtheid van de veren, dan kan men zeggen dat de ruiperiode niet goed is verlopen.  Met het  trainen hoort u dan ook een sissend / fluitend geluid. Niet gezond geweest? Goedkoop voertje genomen?  Weinig tijd aan besteed? Weinig bad gegeven?  Niet best. 
Bij een goed verlopen rui is de duif soms  wat aan de zware kant. In de winter kunnen deze duiven dan wat afslanken.  Wintervoer of rustvoer is dan de aangewezen weg. En als de temperaturen wat hoog zijn, dan mag daar wel een flink deel gerst of paddy bij. 

Wat doet een goed wintervoer?
Een Rust of wintervoer dient de juiste combinatie te hebben tussen grote en kleine harde vezels en kleine en grote zachte vezels. Samen zorgen zij ervoor dat de achtergebleven  voedingsresten van de vlieg en ruiperiode worden verwijderd. Dat levert de eerste 10 dagen af en toe dunne mest op. Maar dat is precies de bedoeling. Alle ongerechtigheden moeten er gewoon uit. Na een dag of tien hersteld zich de darm en de mest wordt weel steeds mooier. De goede voedingsstoffen worden daarna weer door de darmflora optimaal opgenomen.  Voor een goede kweek hebben we die nodig. Al met al is het dus verstandig er gewoon 3 weken voor uit te trekken en daarna de duiven te gaan koppelen. We willen n.l. een betere kweek en niet een hok vol vraagtekens.    
Is de duif na de rui  echter  wat mager, maar ziet het verenpakket er wel redelijk goed uit? Dan kunt u  het verenkleed nog verbeteren: U voert  het beste een Rust of Wintervoer tot 2 weken voor het koppelen. Gedurende 14 dagen geeft u dagelijks een klein beetje levertraan over het voer. Ik adviseer u ook twee keer per week bakkersgist te geven.  Indien uw duiven nu wat aan de schrale kant zijn, zien we nog wel eens mest pikken. Geeft ze dan gerust meer voer zodat ze wat ronder worden. Geef daarnaast voldoende mineralen en 1 x per week een bad. U zult zien, dat met 14 dagen de duiven poeder op de vleugels krijgen.
Kweken met duiven die niet goed door de rui zijn gekomen is onverstandig. Duiven die tekorten vertonen, zullen nooit optimale jongen afgeven. Kweekt u er toch van? Het levert meestal alleen jongen met problemen op. Veel ziektes, verliezen van het hok enz. Na een jaar hebt u er waarschijnlijk geen een meer van op het hok. Dus: waarom dan toch…Beter is wachten tot ze perfect zijn. Beter minder duiven kweken, maar dan wel goeie.

Colloïdaal zilver (CZ)*
Een andere optie om de duiven goed gezond mee te houden is colloïdaal zilver of wel zilverwater. Wat is zilverwater? Dat zijn hele kleine deeltjes zilver. Met gedestilleerd water kun je dit zelf maken. Goedkoop en zeer effectief. Wat heb je nodig? Twee staafjes zilver en een zilverwater generator. Kijk maar eens op: http://www.colloidaalzilver.nl/pag3.html . Vroeger, toen penicilline nog niet was uitgevonden was dit een probaat middel tegen vele ziektes. Een aantal jaren hebben dit met een grote groep liefhebbers uitgetest. Via het internet magazine “Winning” kon men er zich destijds voor opgeven. We wilden weten  of we de duiven  op natuurlijke wijze schoon te kunnen houden van geel, coccidiose, wormen, circo virussen en ander soort gespuis. 

Trichomonas
Allereerst werd een langdurige test opgezet voor de bestrijding tegen het geel. Het is een van de hardnekkigste ziektes bij postduiven en veroorzaker van andere problemen of ziektes. Na vele test bleek 40 ppm (parts per million) de beste oplossing te bieden.  Bij een duif die vol zat met trichomonas (trosjes van 5 stuks) hebben we 1.25 ml CZ puur in de krop gespoten. Na 45 minuten werd een keeluitstrijkje gemaakt met het volgende resultaat: geen trosjes meer, alleen maar eenlingen. Daarna opnieuw 1.25 ml gegeven en na 45 minuten weer een uitstrijkje gemaakt. Er was geen verschil met de eerste set. 1 dag later: Dezelfde duif opnieuw getest met als resultaat: trosjes van 3 stuks. Deze duif krijgt alleen CZ puur te drinken. De volgende dag: Dezelfde duif getest met als resultaat: enkele trosjes van 2 stuks. Weer 1 dag later: Na de test zijn er alleen maar eenlingen te zien door de microscoop. Een dag later: Nog heel af en toe een eenling te zien. Drie dagen later was het geel totaal verdwenen. De testen werden gedaan door Willem Deen te Hoogkerk, die veel ervaring had opgedaan met de microscoop.

Dit bleek niet een op zichzelf staande test te zijn. Ook vele testhokken bleken hun duiven in rustperiodes geheel schoon en super gezond te kunnen houden. In het vliegseizoen is het ook een goede hulp, maar bleek het niet geheel afdoende te zijn. De bacteriedruk is dan soms toch te groot en moet er af en toe toch worden ingegrepen. Ornithose kan goed worden bestreden met een druppel  in het oog, gedurende een weekje en dan is het meestal wel over. Voor darmproblemen wordt dagelijks een eetlepel per drinkbak gegeven.  De is eigenlijk gewoon water zonder smaak dus de duiven drinken het prima. 

Ornithose anders bestrijden?
Kunnen we zonder CZ de ornithose ook op een andere natuurlijke manier bestrijden? Jazeker wel. Ik geef u nog een natuurlijk alternatief: Neem een grote ui en haal het klokhuis eruit. Vul de ui met bruine basterd suiker. Het vocht wat er uitloopt opzuigen met pipet en een druppel in ieder neusgat van de duif spuiten. Na een paar dagen zult u resultaat boeken.

Schimmels en gisten
Ook dat komt wel eens voor in deze tijd van het jaar. We zien dan afwisselend: waterige mest en daarna  dikke, stinkende, groene, plakkerige mest. We kunnen dan wat appelazijn in het water doen, zodat ze  een dag wat beter op de mest zijn (drinken minder) Ik adviseer om het voer gedurende  2 tot 3 dagen te wassen. Goed afdrogen en dan ´s avonds geven. Na een dag of 2 zou je duidelijk verbetering moeten zien. Er kunnen wellicht schimmels op een bepaald graan zitten. Zie je een melkachtige vloeistof in het water waarmee te het wast dan zijn het gegarandeerd schimmels en gisten. Helpt het niet, dan ander voer nemen en een kuur van Nystatine. Dit medicijn maakt schimmels en gisten kapot. Dat moet u wel halen bij de dierenarts.

Koppelen
Als alles na de rui goed in verlopen en we denken de duiven te koppelen, dan is het verstandig alleen uit de beste vliegduiven te kweken en uit de bewezen  kwekers te kweken. Duiven die bewezen hebben geweldig te kunnen vliegen en ook een optimaal foutloos lichaam hebben. Want alleen daaruit kun je wat verwachten. De rest? Daar kweek je veel, heel veel afvallers uit en af en toe een geluksvogel.
Veel succes ermee.

Willem Mulder.

*noot redactie:
Er is weinig tot geen onderzoek gedaan naar CZ, kritische geluiden zijn er genoeg. 
Die lees je bijvoorbeeld hier of hier of hier

 
Gepost door: Wiebren van Stralen op zaterdag 31 december 2011
Zonder nadrukkelijke voorafgaande schriftelijke toestemming van Duivenlog.nl is het niet toegestaan materiaal van Duivenlog.nl te publiceren, kopiëren of reproduceren voor gebruik op uw website of die van iemand anders.

 
Hebben duiven een wiskundeknobbel?
 

Wij wisten het natuurlijk allang, een duif afdoen als domme dakschijter is niet terecht. Sterker nog, qua intelligentie leggen peuters en apen het af, zo bleek al vaak uit onderzoek. Skinner kwam daar vroeger al achter, na kwamen hem nog vele andere wetenschappers die wat meer inzicht verschaften over het brein van duiven. 
Nu is er in Science een interessant onderzoek verschenen van de onderzoekers Damian Scarf*, Harlene Hayne en Michael Colombo, getiteld: "Pigeons on Par with Primates in Numerical Competence"

Ze lieten de duiven groepjes objecten op een beeldscherm zien, zoals op bijgaand plaatje. De duiven moesten dan de groepen rangschikken op het aantal objecten. De groepen bestonden steeds uit 1, 2 of 3 objecten. Ze moesten op de groep pikken in de juiste volgorde beginnend met die met het kleinste aantal objecten. De objecten waren telkens verschillend van grootte. De groep met de meeste objecten besloeg niet altijd een groter oppervlak. De duiven konden dus niet selecteren op het groepje dat het minste ruimte in nam, maar moesten echt kijken naar het aantal objecten.

Na een jaar trainen met de duiven begon het moeilijkere rekenwerk. Ineens moesten ze groepjes rangschikken met 1 tot en met 9 objecten. Dat bleken ze opvallend goed te kunnen. De resultaten, vandaag gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Science, waren even goed als bij een experiment met resusaapjes in de jaren '90. De onderzoekers denken dat het talent mogelijk wijdverspreid is onder vogels.

 
Gepost door: Wiebren van Stralen op donderdag 22 december 2011
Zonder nadrukkelijke voorafgaande schriftelijke toestemming van Duivenlog.nl is het niet toegestaan materiaal van Duivenlog.nl te publiceren, kopiëren of reproduceren voor gebruik op uw website of die van iemand anders.

 
Nieuwsbrief
Wilt u op de hoogte worden gehouden van nieuws en activiteiten van Duivenlog.nl?
Meld u dan nu aan bij de Nieuwsbrief.


Agenda
Binnenkort beschikbaar.


Archief
Klik hier voor het complete archief van Duivenlog.nl


Laatste berichten
De weg van het minste welzijn....
Duifmeneer is een held
De donkere dagen - Willem Muld...
Na de rui - Willem Mulder
Hebben duiven een wiskundeknob...
Grote liefhebbers - een ramp v...
Granen voor ons duivenvoer -3
Dora de duivenontdekker
Tour de France
Granen voor ons duivenvoer -2
Granen voor ons duivenvoer
Water tijdens duiventransport
Iron Mike de melker
Duiven van het kunstje
Coach Vinny selecteert de topd...
Duiven en roofvogels
Voersystemen - Willem Mulder
Groei van jonge duiven - Wille...
De weg naar de top
Britse duivengeschiedenis in B...


Links
Binnenkort beschikbaar.