
Gedurende de Eerste Wereldoorlog deed de Belgische krijgsmacht een beroep op weinig gebruikelijke spionnen. Zij staken klapwiekend de vijandelijke linies over om kostbare inlichtingen te verschaffen. Deze nieuwe soldaten waren in werkelijkheid… postduiven. Claude Louies, duivenmelker, vertelt er meer over. De mens heeft altijd al met postduiven gewerkt. Het is echter moeilijk om te zeggen wanneer wij daarmee precies zijn begonnen. In Europa moesten we wachten tot 1789 voordat iedereen een exemplaar mocht bezitten. Daarvoor was dat enkel het voorrecht van de adel. De postduif, zoals wij die vandaag kennen, deed pas omstreeks 1850 zijn intrede na kruisingen van de primitieve soorten. Naast zijn taak van boodschapper diende de postduif ook voor militaire doeleinden. Zijn inzet bij dit soort van opdrachten kreeg pas echt vorm in de 19de eeuw. “Tijdens de Frans-Pruisische oorlog in 1870 kregen de duiven geleidelijk aan een militaire taak. Parijs was belegerd en de duiven moesten politieke en economische inlichtingen van de stad naar de buitenwereld brengen en omgekeerd. Het is de eerste keer dat duiven voor militaire doeleinden werden gebruikt.” Dit was mogelijk dankzij de aanwezigheid van drie Belgische duivenmelkers in de Franse hoofdstad. Zij raadden de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken aan om duiven te gebruiken voor de correspondentie met Bordeaux waarheen de regering gevlucht was. Dit zette de Fransen in 1872 ertoe aan om zelf militaire duivenhokken te installeren. Ook andere Europese landen zijn al snel geïnteresseerd. In 1871 kopen de Duitsers 300 duiven in België. Zij zullen werken volgens de Belgische methode. In België bevonden de eerste militaire duivenhokken zich tussen 1897 en 1898 in Namen, Antwerpen en Luik. “De citadel van Luik beschikte over duiven afkomstig uit Antwerpen en Namen. Zij keren doorgaans altijd instinctief terug naar hun plaats van oorsprong. In de andere citadellen was dezelfde werkmethode van toepassing.” De twee oorlogen Tijdens de twee oorlogen speelden de postduiven een belangrijke rol en slaagden zij erin om de conflicten te beïnvloeden. Zo vlogen zij in de Eerste Wereldoorlog achter de frontlinie en gaven de positie van de vijandelijke of geallieerde troepen door. Gezien de oorlog 1914-1918 een statische oorlog was, was het dus gemakkelijker om de duiven te gebruiken. Tijdens de Tweede Wereldoorlog gebeurde het offensief te snel en werden de duiven vooral voor de inlichtingen gebruikt. In Groot-Brittannië bestond een ‘duivendienst’ die in het bezette Europa duiven dropte. De verzetsstrijders of de bevolking moesten deze duiven opvangen. “De duiven die in ieders handen konden vallen, droegen een kleine vragenlijst over de posities van de vijand, zijn bewapening, enz. Deze duiven konden echter ook in Duitse handen terechtkomen en voor slechte doeleinden worden gebruikt.” Een andere taak van de duiven tijdens de conflicten was de positiebepaling van neergestortte toestellen. Tijdens hun opdracht hadden de piloten duiven bij zich in felgekleurde kisten. In het geval dat zij neerstortten, kon hun positie op die manier gemakkelijk worden achterhaald. Foto : musée 1 w |