
Na het seizoen is het vaak tijd om de oude duivenboekjes uit het stof te vissen en weer eens te overlezen. Van Ad van Herik kocht ik het boekje "Het geheim der kampioenen" wat in 1946 werd uitgebracht door Jos Oomens en P. de Weerd Azn, Reisduivenfokkers te Breda. Zonder anderen tekort te willen doen zijn de geschriften van Piet de Weerd favoriet. Op blz. 86 uit genoemde publicatie:
Een buitenstaander vraagt zich af, hoe het toch mogelijk is, dat onze liefhebberij zozeer de verknochtheid heeft, van haar beoefenaars. Wij, ingewijden, beantwoorden die vraag met een glimlach. Want wij beseffen diep, dat zij met woorden niet te beantwoorden is. Wij zouden er een uur, een heelen avond begeesterd over kunnen praten, zonder dat men de finesses voelde. Wie er eenmaal goed aan begint, ondergaat de onweerstaanbare bekoring onzer liefhebberij, en hij vraagt niet meer. "Wanneer het wedstrijdwezen daaraan vreemd blijft", schrijft oud-minister Kan in zijn boekje "Sport als Levensgeluk", "dan mist een tak van sport de felheid, welke tot innige liefde prikkelt".
De voor de hand liggende interpretatie: "Naarmate het wedstrijdelement domineert, verkrijgt enz.", windt nergens een krachtiger weerklank dan in onze liefhebberij. Onze sport heeft in zoo groote mate, de innige liefhde en de verknochtheid harer beoefenaars, omdat zij een wedstrijdwezen kent, dat in geen enkele andere tak van sport wordt benaderd.
Duivensport is niet alleen de sport van het wedstrijdviegen, het is ook de sport van het fokken en opkeweeken van den wedstrijdvlieger zelf, en van zijn africhting. In de duivensport is alles sport. En daardoor is het, dat deze sport ons absorbeert. Zij neemt voor den waren vriend het karakter aan, eener levensvervulling. Met een variant op de uitspraak, die aan Lenin wordt toegeschreven, zei Moeder in Oude-Tonge altijd, dat postduivensport opium is voor het volk. En daar zit veel waars in.
Tot zover een passage uit het boekje, waarin het wezen van onze sport en passie, prachtig tot uitdrukking wordt gebracht. Het plaatje komt van de site van Piets zoon Henk de Weerd. |