
Zou de oorsprong van het nachtvliegen genetisch verworven zijn? Heeft het iets te maken met de vele militaire duivenhokken die de wereld vroeger rijk was? Die duiven moesten immers in weer en wind (het bericht vroeg om lossing, niet het weer) terug naar hun eerste of tweede hok. Onderstaand stukje geeft in ieder geval al meer inzicht in vele eigenschappen die onze duiven hebben, maar bij -mooiweer-duivensport - wat uit zicht raken. Zo moet ook nachtvliegen zijn ontstaan, door voortdurende selectie:
We speelden onze duiven vanaf het uiterste puntje van het eiland, waar vele wedstrijden gewonnen werden. Dit gebeurde op zondag, nadat al het andere werk met de duiven door de week plaatsvond. Ik had twee duiven die legendarisch werden; 9241 Blauwband duivin die 21 eersten vloog en een Zwartkras doffer 733 die altijd bij de eerste drie zat. We zetten $5.00 per hok in. De duiven werden nooit gezamelijk gelost, maar altijd alleen. Iedere duif werd geklokt bij lossing en opnieuw bij thuiskomst. Ook werd ik ingezet om Howard Vander-Bloomen te helpen bij het trainen van zijn nachtvliegers. Howard was een tovenaar met zijn nachtvliegende vogels. De zogenaamde tweeweg-duiven zijn duiven die getraind worden om van en naar twee verschillende hokken te vliegen. Ze hebben een verblijfshok, verder hok #1 genoemd, waar ze alleen water krijgen en een plekje om 's nachts te rusten. Dan is er een draagbare volière die ik hok #2 zal noemen en waarin ze gevoerd worden, maar nooit water krijgen. Als de duiven op #2 gelost worden zullen ze terugvliegen naar #1 om te drinken en daarna te rusten. Het trainen van de duiven in dit team gaat altijd door, dag in dag uit en zonder te kijken naar het weer. In plaats van eenmaal daags, kan er ook 's ochtends en 's avonds getraind worden. Als je eenmaal hebt bereikt dat de duiven van #1 naar #2 vliegen en dan weer terug naar #1, dan maakt het weer niets meer uit, als ze maar iedere dag trainen.
Eén ding is essentieel, wanneer duiven hok #1 binnenkomen mogen ze nooit voer zien of zomaar uitvliegen. Hetzelfde geldt voor hok #2 maar dan met water. Op beide locaties moet iemand aanwezig zijn om te zogen dat de duiven vlot binnenlopen. Om te starten moeten de duiven in hok #1 een erg lichte mengeling krijgen in de avond voordat ze de volgende dag getraind worden. Zodoende zullen ze de volgende dag erg hongerig zijn. Dan breng je hok #2 een paar kilometer weg en doe je daar de duiven een halfuurtje in zodat ze kunnen wennen aan de omgeving en het hok. Als de duiven gewend zijn geef je ze een beetje voer en laat je ze een kwartiertje zitten. Dan worden ze losgelaten zodat ze terug kunnen vliegen naar #1 voor water en rust. Dit trucje wordt een keer of vijf herhaald. Daarna worden ze, in plaats van ze los te laten in #2, juist gelost vanuit #1 zelf. Ze moeten dan zelf naar #2 kunnen vliegen en daar binnenlopen om gevoerd te worden. Mochten er duiven terugvliegen naar #1 dan moeten ze handmatig naar #2 gebracht worden met de duiven die het al wel snapten. Na een poosje hebben ze het allemaal door. Als ze eenmaal de smaak te pakken hebben kan #2 verder verplaatst worden. Verplaats je het #2e hok in een rechte lijn, dan zullen ze dat heel erg snel doorhebben. Soms moet je echter verschillende keren opnieuw intrainen vanaf de nieuwe plek, iedere verplaatsing zal wat echter training vergen. De sleutel is voeren. Als duiven eenmaal weten waar ze gevoerd worden, dan zullen ze altijd naar die locatie blijven zoeken. De omgang met de duiven is ook van groot belang, ik behandel ze als mijn eigen kinderen. Als je ze één keer verkeerd behandelt lijken ze dat voor altijd te onthouden. Ik herinner me nog een man die John Osowski heette in ons regiment. Hij kon de duiven met een fluit uit de lucht zo op z'n hoofd laten landen. Het meest indrukwekkend vond ik echter iets wat op Hawaii gebeurde. Daar stond een mobiel hok wat naar een andere locatie moest, als oefening voor een gevecht. Toen het mobiele hok via de snelweg vertrok was het adembenemend om te zien dat de duiven het hok achterna vlogen en één voor één landden ze op de klep terwijl het hok verderreed.
Door JOSEPH KARPOWICH. Bron: Interbug |