| Duivensites.nl | |
|
Verlichting op het duivenhok Eddy Noël 23-3-2009 |
|
|
Het blijft soms verschrikkelijk moeilijk mensen een passend antwoord te geven op dingen die ze vragen. Dat antwoord is er soms, soms ook niet en zelden of nooit zijn er pasklare antwoorden in de duivensport. We hebben met levende dieren te doen en daarbovenop nog met vaak en steeds wisselende omstandigheden. Een antwoord kan perfect zijn voor vandaag en waardeloos voor morgen. Er zijn dingen die wetenschappelijk onderzocht en bewezen zijn, waarvan men perfect weet hoe en wat en waarom. De theorie klopt dan wel en in de praktijk kan het ook wel allemaal kloppen al is dat lang niet altijd zeker. Je hangt immers constant voor een deel van externe en steeds wisselende factoren af. Verduisteren en bijlichten zijn “in”. Mensen denken dan al gauw, ik hang een lamp op het hok, laat ze vervolgens gelijklopend branden met het aantal licht uren van de langste dag -want dat hebben we ergens gelezen - en klaar. Doch, soms is niets zo simpel als het op het eerste zicht wel lijkt. Een vaak voorkomende vraag Eddy, ik heb lampen nodig, welke moeten dat zijn? Ik repliceer dan soms een beetje smalend van "Ik heb een auto nodig, welke neem ik best?" Moet die dienen om in het dorp wat rond te snorren tot bij de bakker en de beenhouwer, om dagelijks 'de baan te doen' en 300-400 km te rijden, om voor de fun in het veld wat te gaan rondcrossen of …. Mogelijkheden zoveel je maar wil. Waar moeten de lampen precies voor dienen? Er zijn wat dat verlichting betreft ook wel degelijk fundamentele verschillen. Rui tegen houden <-->Betere presteren Meestal is’t om de duiven in de pluimen te houden en/of ze beter te laten vliegen. Door het feit dat ze beter in de pluimen zijn op het ogenblik dat andere duiven al in de rui zullen gaan vallen of zijn op het einde van het seizoen betekent dit al een “voorsprong”. Dezelfde lampen, weliswaar met een andere Kelvin waarde, kunnen we naargelang het tijdstip waarop we willen pieken met onze atleten gebruiken of aan het begin of het eind van het seizoen. Die lampen zorgen er niet alleen voor dat de dekrui tegengehouden wordt, maar zorgen eveneens voor een meer en betere hormoonaanmaak. Het is hoofdzakelijk die hormoonaanmaak die zorgt voor beter presteren. Oeioei, steekt dat zo nauw dan? Ja en neen dan zeker, Als ge licht hebt en ge kunt zien wat ge doet, de duiven kunnen hun eten en drinken vinden zal’t wel goed zijn zeker? Zou kunnen. Een gloeilamp van 20 watt of misschien wel een halogeenspot van 1000 watt is “twee keer” licht maar het zal allicht een immens verschil zijn op het hok. De soorten lampen op de markt zijn niet te tellen. Van de meest simpele gloeilamp, over de spaarlamp, TL lamp, halogeenlamp, kwikdamplamp, led lampen enz. Er zijn lampen, met heel specifieke toepassingen. Infraroodlampen, UV lampen enz.
Zelfde omgeving met 1) full spectrum en 2) gloeidaglichtlamp De lux-waarde Van de lampen die je op je hok gebruikt is bijzonder belangrijk. Dit is de belichtingssterkte. Die “oogt” anders naargelang bijvoorbeeld de binnenbekleding van het hok. Donkere niet geschilderde wanden, absorberen het licht. Het zelfde hok met dezelfde lamp maar met witgeschilderde binnenbekleding, wordt meteen een ander verhaal. Je hebt daar een totaal andere lichtsterkte nodig. Die witte wanden reflecteren namelijk het licht. Skiliefhebbers weten vast wat het betekent op een piste rond te hangen waar volop de zon schijnt. Je zult je brilletje maar vergeten zijn… Ontstoken oogjes Het zorgt er bij duiven voor dat de bindvliezen van de oogjes gaan ontsteken als je de verkeerde lampen, met de verkeerde lichtsterkte en een verkeerde belichtingsduur op de verkeerde plaats zou gaan hangen op je hok! Heb je dat niet in de “gaten” wordt misschien al onmiddellijk de antibioticapot boven gehaald. Het vliesje weet je wel terwijl dat er op dat ogenblik helemaal niets mee te maken zou hebben. Twee makkelijk te voorkomen fouten die toch al meteen presteren op topniveau uitsluiten. Heb je een hok met relatief veel glas vooraan en/of in het dak en dat hok is oost georiënteerd zal je alweer andere lampen en belichtingstijden moet hanteren dan wanneer datzelfde hok bijvoorbeeld zuid zou georiënteerd zijn. De Kelvin waarde Of kleurtemperatuur is dan weer bijzonder belangrijk naargelang de periode waarin je wil pieken met die duiven. Het geeft totaal geen zin lampen op het hok te laten branden in volle zomer en tegen de langste dag aan als die geen meerwaarde kunnen bieden. Geen enkele lamp kan de zon vervangen, laten we wel wezen, maar het is wel zo dat we afhankelijk van de omstandigheden subtiel kunnen bijsturen en de “techniek” een handje kunnen laten helpen in de opbouw naar een topvorm toe
De “kleurtemperaturen” verschillen van maand tot maand en ook nog eens van contingent tot contingent. Daar kunnen we handig gebruik van maken De verschillende Kelvinwaardes gaan van een “warm aanvoelend” geel licht tot de killer en koeler aanvoelende blauwe kleur CRI index Geeft ons de waarde van de weergave van de kleuren. Vol zonlicht op het middaguur wordt gelijkgesteld met 100. Dat zijn alle kleuren, inclusief ultraviolet en UV. Een hoog cijfer geeft een betere waarde dan een laag cijfer. Dit cijfer, samen met de kleurtemperatuur, in ons geval voor duiven, zijn bepalend voor het al dan niet optimaal prestatiebevorderend werken van de lampen.
Een zo hoog mogelijke CRI waarde (Colour Rendering Index) wijst er op dat alle kleuren van het natuurlijk licht zo goed mogelijk en in de juiste verhoudingen aanwezig zijn.
Lampen versnellen de stofwisseling, maken en houden de dagen langer en werken fel in op de hormoonhuishouding van de dieren. Een snellere stofwisseling betekent ook meer en ander verbruik van energie. Dat betekent dan weer meteen dat we er op correcte manier moeten voor gaan zorgen dat die ook beschikbaar is voor de duiven. Aangepast voer op aangepaste tijdstippen helpt het karretje mee in de goeie richting duwen Moet dat allemaal? Neen, tuurlijk niet. Je kan makkelijk met de fiets van je grootmoeder aan de start gaan staan. Met een beetje geluk staan daar zelfs al versnellingen op maar of dat voldoende zal zijn om een wielerwedstrijd te winnen, hoe goed je ook bent, is maar zeer de vraag. Er is ook een andere kant aan de medaille Je kan liefhebbers evenwel niet genoeg waarschuwen dat verkeerd gebruik of misbruik enorm nefaste gevolgen kan hebben. Je graaft op relatief korte termijn gewoonweg je eigen graf. Het is zeer verleidelijk als alles goed “draait” er nog een weekje bij te doen, en nog eentje en nog eentje en juist ja, het kruikje gaat zo lang te water tot het barst. Een elastiekje rekt en je kunt het soms ver uitrekken, doch als het eenmaal breekt is het ook over en uit. Dat komt nooit meer goed, dat wordt nooit meer hetzelfde elastiekje. Limieten Veel spelen, veel kilometers laten trainen, te pas maar nog meer te onpas medicatie, verduisteren, nadien “deftig” bijlichten, lees meer en langer -het gaat toch ooooo zo goed-, misschien ook nog wel helemaal verkeerd en het plaatje is rond. Er kan niet veel misgaan denk je dan, met en een broekband en bretellen is de kans dat uw broek afvalt namelijk zo goed als onbestaande. Je kan ook de straat over steken zonder kijken. Dat kan een paar keer goed gaan als je wat geluk hebt, maar de kans is eerlijk gezegd relatief groot dat ze je binnen de kortste keren onderste boven rijden. Allemaal mooi en wel en goed en goed en wel. Dooddoeners zoals als je het allemaal zo goed weet, waarom speel je dan zelf niet de boel aan flarden zijn maar wat kort door de bocht.
Je mag het dan nog wel allemaal weten, je moet het ook nog kunnen en vooral willen doen. Op topniveau “meedraaien”, in welke sport dan ook is grenzen verleggen, telkens maar weer er volop voor gaan, zeven dagen op zeven niets aan het toeval overlaten. Een planning maken, heel gericht en specifiek en dan alleen maar hopen dat het goed komt en je bovendien wat geluk hebt. Vormpieken Een gans jaar op topniveau presteren is zo goed als uitgesloten. Daar is het spelletje al langere tijd iets te “gespecialiseerd” voor geworden. Keuzes maken, de ploeg onderverdelen misschien, wordt meer en meer noodzaak. Wil je pieken in het voorjaar, de zomer of in het najaar kan een juiste belichting absoluut een meerwaarde betekenen. Details maken vaak het verschil. Vroeger op het jaar gebruiken we een andere lichtsterkte (lux), een andere lichtkleur (Kelvinwaarde) en andere andere CRI waarde (lichtspectrum) dan midden of op het einde van het seizoen. In volle zomer kunnen we de hormoonwerking eventueel extra stimuleren door lampen te gebruiken met een hogere CRI waarde. Verlichtingsduur en intensiteit zijn dan van veel minder belang. Lampen en licht zijn dus niet zomaar lampen en licht en hebben veel meer invloed dat je op het eerste zicht zou denken. Bij dit alles mogen we hoe dan ook nooit vergeten dat we van een konijn nooit een haas zullen kunnen maken. Eddy Noël |
|
| Zonder nadrukkelijke voorafgaande schriftelijke toestemming van Duivensites.nl is het niet toegestaan materiaal van Duivensites.nl te publiceren, kopieren of reproduceren voor gebruik op uw website of die van iemand anders. | |