Duivensites.nl
 
Tour de France
Willem Mulder  11-7-2011
 

Het is weer zover. We zitten ´s middags of ´s avonds weer met het bord op de schoot naar het wielrennen te kijken. De tour der touren is namelijk weer begonnen, en dat is de Tour de France. Onvoorstelbaar wat die kerels daar allemaal presteren.

Helaas doet er zo af en toe ook weer negatieve berichtgeving de ronde. EPO in het spel.

Waarom toch? En hoe zit het dan met die EPO?

Zuurstof is het belangrijkste supplement en ook een zeer omstreden begrip in vele sporten. Vooral in de wielersport. Met EPO kunnen wielrenners, zo het schijnt, boven hun eigen kunnen uitstijgen. EPO doet de rode bloedcellen in het bloed stijgen. Daardoor wordt er meer zuurstof getransporteerd De spiercellen hebben voortdurend zuurstof nodig voor hun optimale werking. Des te meer zuurstof ter beschikking is, des te beter om langdurig goed te kunnen presteren. En dat komt vooral van pas in extreme sporten zoals wielrennen. Des te meer zuurstof we kunnen ontwikkelen, des te minder melkzuur er gevormd wordt. Melkzuur voelt als een scherpe pijn in de benen en er ontstaat vermoeidheid..

De longen zijn verantwoordelijk voor de aanvoer van zuurstof. Het bloed “pikt” de zuurstof daar als het ware op en transporteert het door het lichaam. De rode bloedcellen (met hemoglobine) transporteren ze dan naar de  spieren. Die spiercellen (rode) bevatten myoglobine. Deze zorgt voor de zuurstofopname. Eigenlijk moet ik zeggen dat de mytochondriën de zuurstof eruit halen. 

De nummer 9 zijn de mytochondriën, die zich in de spiercel bevinden.(foto wikipedia)

En hoe zit dat dan bij duiven?

De longen van duiven en van alle andere vogels  zijn niet te vergelijken met die van de mens. Ook niet met die van paarden of andere zoogdieren. Daarom is het link dergelijke vergelijkingen te maken. Natuurlijk, er zijn overeenkomsten. Maar meestal kunnen we dat niet zomaar op elkaar leggen. Duivenlongen zijn ongeveer tien tot twintig maal efficiënter dan van mensen of paarden. Dit komt door het systeem van luchtzakken en uiterst kleine “luchtvaatjes”. Zoogdieren (ook de mens is een zoogdier) hebben longalveolen. Dit zijn als het ware “blaasjes” die direct omgeven zijn door bloedvaatjes. De verse lucht is maar kortstondig aanwezig in deze alveolen.

Bij onze duiven is er een voortdurende luchtstroom in de kleine “luchtvaatjes”. Deze worden luchtcapillairen genoemd. Er is dus steeds verse zuurstof aanwezig in de longen. Hoe kan dat? Dat is een beetje ingewikkeld uit te leggen, maar het komt er op neer, dat de zuurstofrijke lucht bij het inademen ten dele naar de luchtzakken gaat. Bij  inademing komt de lucht direct in de voorste luchtzakken terecht. De zuurstofrijke lucht passeert niet aan de buikluchtzak. Bij uitademing wel en zodoende lopen die dan leeg in de longen.  In die buikluchtzakken zit nog steeds de zuurstofrijke lucht. De duivenlongen krijgen zo twee keer zuurstof. Een keer bij het inademen en een keer bij het uitademen. We noemen dit een ingenieus respiratiesysteem.  Drs. Ruben Lancklriet uit Belgie vond dat, tijdens zijn fysologische studie in het kader van zijn opleiding voor dierenarts, heel interessant en maakte er een studie van. .Alle verhalen en misstanden die vroeger in duivenbladen te lezen waren, bleken nu te zijn verklaard. Duiven hebben dus géén longalveolen (of longblaasjes) maar “luchtcapillairen” waardoor verse lucht “stroomt” in plaats van “stilstaat”!

Des te harder wij fietsen, lopen of schaatsen, des te meer zuurstof is er nodig en gaat de ademhaling omhoog. Duiven hebben daar helemaal geen last van. Zij hebben eigenlijk nooit last van een zuurstoftekort, vooropgesteld dat er zuurstof aanwezig is. Daarom hoeven we niet naar middelen te zoeken voor onze duiven die zorgen voor meer zuurstofopname zoals EPO. Complete onzin dus voor onze duiven, terwijl mensen er wel baat bij kunnen  hebben. Wij hebben n.l. wel een groot probleem om de zuurstofconcentratie in het bloed hoog genoeg te houden.

Onze duiven zijn dus nooit buiten adem zoals wij na zware inspanning. Als een duif na een vlucht of training met de bek open zit is dat geen zuurstof tekort. Zij doen dat om hum lichaamswarmte kwijt te raken. Duiven hebben geen zweetklieren.

Drs. Ruben Lankriet:” EPO is een eiwit of beter een polypeptide. Het gen voor EPO heeft reeds meer dan 100 miljoen jaar de kans gehad om veranderingen te ondergaan enerzijds bij zoogdieren en anderzijds bij vogels, dit o.a. door mutaties. Het is dus begrijpelijk dat het niet meer hetzelfde hormoon is! Zelfs bij paarden blijkt menselijk erytropoëtine (EPO) slechts zeer geringe effecten te geven, want ook bij paarden wijkt het hormoon reeds af van het menselijke in structuur”.

Het metabolisme van de duif is super efficiënt en EPO zou het bloed alleen maar stroperiger maken met alle gevolgen van dien voor het hart. Die kan het dan snel begeven en dat is dan helemaal geen winst.

Hoe gaat dat verbranden van suikers of wel koolhydraten?

Om de stevige kuiten van onze wielrenners te laten aanspannen is energie nodig. Deze energie komt o.a. vrij door de afbraak van koolhydraten tot o.a. glucose. Deze glucose wordt ook weer afgebroken en daarbij komt melkzuur vrij. Deze hoeveelheid melkzuur (lactaat) is afhankelijk van de intensiteit en de duur van de inspanning. De melkzuurconcentratie in het bloed wordt gemeten in millimol per liter bloed, afgekort mmol/l. Ook in rust treedt dit proces op en wordt er een geringe melkzuurconcentratie gemeten van 0,5 tot soms 2 mmol/l. Bij inspanningen waarbij de hoeveelheid melkzuur die in de spieren wordt gemaakt, ook door deze spieren wordt afgebroken spreken we van inspanningen in het aërobe gebied, met waarden onder de aërobe drempel van 2mmol/liter.

Als de intensiteit van de inspanning wordt opgevoerd zal er meer melkzuur worden geproduceerd. Dit kan dan niet meer door de spieren zelf worden afgebroken en komt in de bloedbaan terecht en wordt o.a. in de lever afgebroken. Deze hoeveelheid melkzuur wordt gemeten via afname van het bloed, de zogenaamde lactaatmetingen. Het melkzuur wordt in de lever weer omgezet in glucose wat weer als brandstof voor de spier fungeert. Zolang er sprake is van een evenwicht tussen productie en verbranding van melkzuur spreken we van een "steady state". Het melkzuurgehalte ligt tussen de 2 mmol en 4 mmol/l. De steady state is een fase waar de behoefte aan zuurstof gelijk is aan de toevoer van zuurstof, we spreken van een aërobe ( zuurstof) fase. Als de intensiteit van de inspanning verder wordt opgevoerd zal de hoeveelheid melkzuur ook toenemen en kan het lichaam de hoeveelheid melkzuur niet meer volledig verbranden. Er ontstaat melkzuurophoping waardoor de spiercellen verzuren en de spiervezels minder goed gaan samentrekken. Dit mag tijdens duursport zoals wielrennen natuurlijk niet gebeuren. Daarom hebben wielrenners een klokje om die de hartslag meet. Tegenwoordig worden  de gegevens per wielrenner via de satelliet verstuurd, zodat de ploegleiding het eenvoudig op hun labtop of ipot kan zien en is per wielrenner weer anders. Onvoorstelbaar!! 
In het rood? Dan zullen we de intensiteit moeten verminderen tot er weer een evenwicht ontstaat. Het omslagpunt is het punt waarbij er met de hoogst mogelijke inspanning nog kan worden gesport terwijl er een evenwicht is tussen de productie en verbranding van melkzuur. Het omslagpunt wordt gezien als een maat voor het uithoudingsvermogen, het is in feite het maximale aërobe uithoudingsvermogen. Er wordt aangenomen dat de concentratie melkzuur bij het omslagpunt op 4mmol/liter ligt.
Dit is het aërobe-anaërobe overgangsgebied. Bij inspanningen waarbij de hoeveelheid melkzuur boven de 4 mmol/l ligt verzuren we, de melkzuurwaarden kunnen wel oplopen tot 12 mmol/l. Des te groter de melkzuurwaarden des te eerder de spieren blokkeren. Door regelmatig inspanningen met hoge intensiteit uit te voeren krijg je een zekere mate van hardheid, je kunt dan langer hoge melkzuurwaarden verdragen. Bij metingen met triatleten kwamen zelfs waarden van 12mmol voor die een heel uur werden volgehouden!!

En hoe zit dat bij duiven?

Er is eens een onderzoek gedaan bij duiven die thuiskwamen van een fondvlucht. Het melkzuurgehalte werd gemeten. Na 15 minuten bleek, dat  er geen melkzuur meer gemeten kon worden. Hoe komt dat? Duiven presteren niet op koolhydraten maar op vetten. Althans na 1 uur vliegen is vet de enige brandstof. Vetten bestaan uit koolstof, zuurstof en waterstof. Na verbranding blijft er alleen waterstof over (vocht). Bij verbranding van koolhydraten blijft er melkzuur over. Ook eiwitten laten bij verbranding afvalstoffen achter in het bloed. Dus? Niet te vergelijken met zoogdieren.
Natuurlijk, na een training van een uur rond het hok of na een korte verplichte training zal er melkzuur in het bloed zitten, maar niet na een lange vlucht. Of het moet al zijn dat alle vetzuren zijn opgebruikt. Dan schakelt de duif over op eiwitverbranding en dan is het wel goed mis.  Geef uw duiven dus voldoende vetten mee, want ze zitten al een tijdje op “ de Franse Tour” en dat is een flink eindje van huis.

Veel plezier met uw Tour de France.
Willem Mulder.

 
Zonder nadrukkelijke voorafgaande schriftelijke toestemming van Duivensites.nl is het niet toegestaan materiaal van Duivensites.nl te publiceren, kopieren of reproduceren voor gebruik op uw website of die van iemand anders.